
Jarenlang stond Fernando Savater op de dodenlijst van de ETA. Zijn verzet tegen het terrorisme van de Baskische vrijheidsbeweging deed hem de grondbeginselen van vreedzame samenlevingen nog maar eens optekenen. Een zeer leesbaar boekje met her en der pittige stellingen is het resultaat.
De Spaanse hoogleraar Ethiek opent zijn beschouwing met een klassieker van Kant: “Verlichting is de bevrijding van de mens uit zijn zelfgekozen onmondigheid.” Voor Savater is democratie namelijk een bestuursvorm met actieve burgers. Geen Romeinse democratie zoals veel westerse landen die nu kennen, met burgers die hun macht aan anderen overdragen en zich voornamelijk op rechten beroepen, maar een democratie naar Griekse snit, die actieve inzet van burgers bij het bestuur eist.
Deze Griekse invulling heeft ons onder andere het woord ‘idioot’ opgeleverd. Zo noemden ze je drieduizend jaar geleden op de agora als je voor politieke taken wegdook en niet verder kwam dan je persoonlijke bezigheden. Een idioot was onwetend, onderontwikkeld. In een kerkelijke tekst uit 1599 is deze betekenis nog terug te zien in het voorschrift dat “geen idioten tot het predikambt zullen worden toegelaten”, zo leert een etymologieboek ons. Vijfhonderd jaar later mogen we de afschaffing van het raadplegend referendum dan met recht idioot noemen.
Savater ziet samenlevingen niet als een verzameling van individuen die onderling verschillen, maar als een gemeenschap van mensen die juist veel met elkaar gemeen hebben. Die overeenkomst is noodzakelijk om elkaar te begrijpen en om samen te werken. Het is om die reden, bepleit de hoogleraar, dat immigranten zich aan de rechtstaat moeten aanpassen. De pijnlijke verovering van democratische vrijheden mag niet door tradities van onderdrukking en bijgeloof ongedaan worden gemaakt. Tegelijkertijd moeten burgers ook iets kunnen verdragen dat hen zelf niet aanspreekt. De grens ligt evenwel bij discriminatie en fanatisme. Dat fanatisme ziet Savater bij overgevoelige burgers die in de naam van tolerantie kritiek willen smoren, maar met hun sentimentaliteit uitsluitend hun wreedheid bedekken.
Een boekje dus over hoe macht tussen mensen idealiter moeten worden verdeeld. Maar de macht van mensen beperkt zich niet tot de eigen soort. Hoewel dieren uitstekend in staat zijn hun verstand te gebruiken, is de mens erin geslaagd ze onmondig te maken. Niet bepaald Kant-like. Wel naar diens letter, niet naar de geest.
Alles loslaten dan maar? Geen vlees meer eten? Paardrijden afzeggen? De poezen de deur uit? Niet wat mij betreft. De mens blijft de dominante soort – ook dat is de natuur. Maar het lijkt me onderhand wel tijd dat burgerschap verder gaat dan dat puur sapiensgerichte denken over samenlevingen. Savater wijdt er vooralsnog geen woord aan.
Toch biedt de hoogleraar in zijn werkje een prima haakje. Als hij vindt dat een goede samenleving gebaseerd is op overeenkomsten tussen de deelnemers, dan kan die groep makkelijk worden opgerekt naar dier en plant door wie wij ons omringen. Hoe verlichten we die in een vreedzame democratie? Anno 2021 kan een fundamenteel boekje over burgerschap niet aan de natuurlijke omgeving van de mens voorbijgaan. Voor dat standpunt hoef je niet eens een Greta-adept te zijn.