Edda


Dertig jaar lang stond dit boek op mijn leeslijst. De Edda. Liederen uit de tijd dat Jezus van Nazareth hier te lande een volstrekt onbekende was. De tijd waarin we de heilige eik vereerden, bij ontij tot Donar baden en hartstochtelijk streden voor een stoel in Wodans walhalla. Hoewel er met een studie taalkunde alle reden was de Edda eerder te lezen, had ik kennelijk Netflix’ hitserie Vikingen nodig om het daadwerkelijk te doen. Het was elk jaar wachten waard.

De Edda is een bundel oraal overgeleverde verhalen over Germaanse goden en helden. Snorri Sturluson tekende die verhalen 800 jaar geleden in IJsland op – toen al gekerstend. Wat opvalt in de verzen zijn twee dingen: de waardering voor levenskracht en levensvreugde, vergelijkbaar met de Griekse mythologie en onvergelijkbaar met de christelijke waarde van lijdzaamheid, en de treffende verwoordingen van algemene inzichten. Een voorbeeld van het eerste kenmerk:  

In zonlicht glanzend zie ik een zaal
met gouden daken in walhalla staan
wakkere helden zullen daar wonen
een zorgeloos leven leiden in vreugde

Naar dat walhalla gingen alleen krijgers die een heldhaftige dood stierven om daarna met Wodan (Odin) in walhalla te feesten en zich klaar te maken voor de grote eindstrijd, de ragnarok. Een mooi voorbeeld van een algemene wijsheid is:

Eens moet men gaan;
een gast mag nooit
rekken te zeer zijn bezoek
geliefd wordt verwenst
wie te lang vertoeft
in andermans huis en hof

Direct op een tegeltje kunnen ook:

De onvroede man vreest alle ding

Niet alle mensen zijn even verstandig
Heel de mensheid is half

Ronduit schitterend is het vers waarin de verteller weet heeft van het verschijnsel dat spreken weinig anders is dan de verplaatsing van lucht:

Meldt gij een boodschap
uw moeite waard?
Spreek uit de lucht
uw lang bericht! 

In Lied van de dwerg Alwis ten slotte is een meester-dichter aan het werk die zijn personage prachtige metaforen voor natuurverschijnselen laat uitspreken. De setting: de dwerg Alwis is stiekem met de dochter van dondergod Thor (Donar) getrouwd. Die wil het huwelijk alleen erkennen als Alwis daadwerkelijk Al-Wijs blijkt en stelt zijn schoonzoon daarom een paar pittige vragen. Leeswijzer: azen zijn goden, wanen zijn vruchtbaarheidsgoden en alven – natuurlijk, van elven – zijn natuurgeesten.

Thor:
Zeg mij dit, Alwis,
– van alles ter wereld
denk ik, dwerg, dat gij weet –
hoe de aarde heet
het erf van de mensen
bij alle wezens der wereld?

Alwis
Aarde bij de mensen,
bij de azen land
bij de wanen wegenrijk
altijdgroen bij de reuzen
bij de alven vruchtbaar
de hemelgoden noemen haar steen

Thor:
Zeg mij dit, Alwis,
– van alles ter wereld
denk ik, dwerg, dat gij weet –
hoe de hemel heet
de hooggewelfde
bij alle wezens der wereld?

Alwis:
Hemel bij de mensen
sterrenhal bij de goden
bij de wanen wever van wind
hoogheem bij de reuzen
bij de alven het heerlijke dak
bij de dwergen de druipende zaal

Thor:
Zeg mij dit, Alwis,
– van alles ter wereld
denk ik, dwerg, dat gij weet –
hoe de maan wel heet
die de mensen zien
bij alle wezens der wereld

Alwis:
Maan bij de mensen
meter bij de goden
wentelend wiel in de hel
de snelle bij de reuzen
schijnsel bij dwergen
bij alven teller van tijd

Thor:
Zeg mij dit, Alwis,
– van alles ter wereld
denk ik, dwerg, dat gij weet –
hoe de luwte heet
in de stille lucht
bij alle wezens der wereld

Alwis:
Luwte bij de mensen
luchtstiller bij de goden
bij de wanen windeinde
zwoelte bij de reuzen
zomerstilte bij de alven
bij de dwergen slaap van de dag

Wees wijs en wacht niet ook dertig jaar om te genieten van een verzameling Noordse verzen van minimalistische schoonheid over cultureel erfgoed dat onze voorouders ooit spiritualiteit bood. Misschien een mooi cadeau voor Sinterklaas – vermeend gestoeld op Wodan – of onder de dennenboom als je de lichtjes, geheel naar Germaanse traditie, rond midwinternacht toch ontsteekt.

Plaats een reactie