
In Ik ga leven neemt Lale Gül de lezer mee in haar eenzame strijd tegen de allesverstikkende omgeving waarin de jonge moslima opgroeit. Of haar vrijheidsverslag direct sympathie opwekt onder weifelende gelovigen is de vraag, maar het werk bewijst wel dat lezen de weg naar emancipatie is.
Güls zoektocht naar zuurstof is pijnlijk, lelijk en vooral eenzaam. Familieleden en moskee voeren een gigantische druk op de tegendraadse moslima uit om zich aan strikt islamitische richtlijnen te houden. Maar Gül kan niet anders dan zich bevrijden van het leger der kritieklozen. Het afdoen van haar hoofddoek is een laatste verzetsdaad op de al eerder ingeslagen weg van stiekeme vrijpartijen met de atheïst Freek – wiens vader PVV-stemmer is – stiekem werken in een restaurant en stiekem kleding wisselen op school. Maar alleen wie comfort en rust wil, moet weinig verzetsdaden verrichten, meent de schrijfster. Op weg naar school streelt de wind door haar haar.
Of Gül met haar vrijdheidsverslag nou direct sympathie opwekt onder weifelende gelovigen is de vraag. De verwijzing naar haar moeder is vaak grof: ze noemt haar Karbonkel, de Verwekker om ronduit Kut. Haar onverholen beschrijvingen over haar seksuele belevenissen met Freek had zelfs Jan Wolkers nog in verlegenheid kunnen brengen. Ik vermoed dat de schrijfster meer overtuigingskracht zou hebben als ze minder expliciet zou zijn.
Maar misschien voelt Gül de noodzaak dit allemaal te zeggen. Misschien wil ze niet overtuigen maar zich uitsluitend uiten. Schreeuwen. Verwerken. Naarmate het boek vordert, bindt de expressiekracht in. Die rust blijkt bedrieglijk. Juist in het stillere water wordt de breuk met familie en cultuur definitief.
Lale Gül is hoe dan ook het bewijs dat lezen, lezen, lezen de weg naar emancipatie en vooruitgang is. Opgegroeid in een Turkssprekend gezin opent Gül haar ogen in de buurtbibliotheek. Boeken over uiteenlopende onderwerpen voeren haar mee naar werelden waarover thuis niet gesproken wordt – en als wel, dan slecht. In haar bespiegelingen legt ze een grote taalrijkdom aan de dag. Haar taal is zowel eigentijds (Ik stort me op mijn bed en sluit mijn kijkers) als afstoffend (Geld, geweld en gunst breken recht, zegel en kunst, of deze: Lachen als een boer die een hoefijzer vindt, waarvan ik oprecht dacht dat hier kiespijn werd bedoeld).
Lezen verrijkt íeders wereld. Güls debuut had net zo goed Ik ga lezen kunnen heten.